Algemeen
De zonneroos heeft een zuil met een slanke taille, het zogenaamde
trompetmodel. Op deze zuil zitten lichtkleurige zuignapjes, waaraan zand en
gruis blijven kleven. De brede mondschijf is omringd door 500 tot 1000 korte
tentakels die in 8 rijen staan. De mondschijf kan een verschillend
patroonvariatie hebben van gestreept tot gevlekt, de tentakels zijn gemêleerd.
Afmetingen
De doorsnee in ongeveer 120 mm en de zuilhoogte rond 50 mm.
Kleur
De kleur kan variëren van grijsbruin tot oranjebruin.
Habitat
Met de voet zit deze anemoon altijd vast op hardsubstraat ook al is dat meestal
niet duidelijk te zien. Vanaf de ondiepe zone tot zo'n 75 meter diepte
voorkomend.
Verspreiding
In de Middellandse zee en Adriatische zee voorkomend.