Algemeen
Het dier heeft een ovaal lichaam bezet met korte haartjes waarin slib en zand blijven hangen. De kop, die moeilijk te herkennen is, heeft twee hoornachtige uitsteeksels. Langs de onderzijde  van het lichaam zit een rand lange, dikke, stugge haren die in bosjes bij elkaar staan. Door hun speciale opbouw veranderen deze stugge haren van kleur als er licht opvalt. De haren slaan het licht op en in het donker wordt het weer door hun uitgezonden. Waarschijnlijk probeert de zeemuis zo vijanden af te schrikken of soortgenoten te lokken. Wetenschappers kwamen op het idee om de opbouw van die haren te gebruiken in de glasvezelindustrie.

Afmetingen
De zeemuis kan tot 200 mm lang worden met een breedte van 60 mm.

Kleur
De korte haartjes op de rug zijn grijs, daaraan dankt hij zijn naam. De borstelige rand is eigenlijk rood maar veranderd als er licht op valt in geelgroen tot blauwig. De onderzijde is geelbruin van kleur.

Habitat
Zeemuis heeft een voorkeur voor zand en slibbodems. Ze komen voor vanaf het ondiepe gedeelte tot zeker 1000 meter diepte.

Verspreiding
In de gehele Middellandse zee aan te treffen.