Algemeen
Zeepokken determineren is een lastig karwei. In de Zeeuwse wateren komen zeker 6 soorten algemeen voor en
daarnaast nog een aantal zeldzamere soorten. Het zijn kreeftachtigen, die door 4 of 6 zijplaten zijn omgeven, die door het dier zelf gevormd worden. Ze zitten in feite met de rug vastgehecht aan de ondergrond en vangen met zes paar gevederde pootjes, voedsel uit het water. Zeepokken hebben 2 of 4 sluitplaten, waaraan de dieren te determineren
zijn. Zeepokken zijn tweeslachtig. In de paartijd is de penis zo lang, dat hiermee naastgelegen dieren bevrucht kunnen
worden.
Afmetingen
Afhankelijk van de soort worden ze tot 50 mm in diameter en hoogte.
Kleur
De kalkplaten zelf zijn meestal wit of gebroken wit, maar vaak zijn de dieren weer begroeid met algen of andere
organismen.
Habitat
Zeepokken zijn niet bepaald kieskeurig. Ze hechten vast op iedere harde ondergrond die ze tegenkomen. Of dit nu een basaltblok, een stuk hout, een boot of een krab is, maakt hun niet uit. Veel soorten kunnen uitstekend overweg,
met de extreme omstandigheden in de getijdenzone en hebben er dan ook geen probleem mee dat ze droog vallen.
Verspreiding
Alle zoute wateren.