Algemeen
Het lichaam van deze vrouwelijke worm is peervormig met eraan een lange slurf. Deze slurf (proboscis) heeft op het einde een T-vormige splitsing. Hieraan blijven voedseldeeltjes plakken die dan via de slurf naar de mond worden getransporteerd. Ook komen er larven van het eigen soort op de slurf terecht. Deze ontwikkelen zich dan als mannetje en zoeken daarna via de anus een weg naar het inwendige geslachtsorgaan van het vrouwtje.

Afmetingen
Lichaam ca. 15 mm, de proboscis tot ± 150 cm lang. De mannetjes zijn slechts enkele mm groot.

Kleur
Groen.

Habitat
Tussen rotsspleten en onder stenen, vanaf enkele meters diepte tot rond de 30 meter.

Verspreiding
Noord oostenlijke Atlantische oceaan en de gehele Middellandse zee.