Algemeen
De priktolhoorn heeft een puntvormig huisje met ongeveer 10 spiraalvormige windingen
erop. Hij is nog maar weinig waargenomen in de Oosterschelde. In de zeventiger en
tachtiger jaren werd het diertje enkele malen aangetroffen. Aangenomen werd dat
ze met de aanvoer van oesters meegekomen waren. In 2001 kwam na lange tijd weer
een waarneming binnen, daarna was het weer even stil maar in 2003 kwamen meerdere
waarnemingen binnen waaruit werd geconcludeerd dat het geen aanvoer exemplaren waren.
De priktolhoorn eet algen en waarschijnlijk ook hydroïden maar de in de Oosterschelde
aangetroffen exemplaren zaten op mosdiertjes en geweispons. Het geweispons toonde
duidelijk vraatplekken van het diertje.
Afmeting
Hij kan rond 40 mm groot worden. De onderzijde is bijna vlak met een doorsnee tot
40 mm. De in de Oosterschelde aangetroffen exemplaren waren echter veel kleiner.
Kleur
Een wit tot roze ondergrond met gele, witte, rode, roze tot cyclaam kleurige vlekken.
Habitat
Vanaf het ondiepe gedeelte tot enkele 100 meters diepte, op rotsbodems. Wordt ook
op wieren aangetroffen.
Verspreiding
Noord oostenlijke Atlantische oceaan, van Noorwegen tot en met de Middellandse zee.