Algemeen
Het schild van de strandkrab is breder dan de lengte en is een beetje gewelfd. Vanaf
de zijkant tot bij het oog zitten 5 tandjes. Aan de andere zijde van de ogen zitten
korte antennes. Hij heeft lange puntige toelopende poten waaraan duidelijk te zien
is dat ze niet zijn, om te zwemmen. Bij de strandkrab kan vaak een krabbezakje worden waargenomen,
dit is een parasiet die voor het grootste gedeelte in de krab leeft.
Paring vindt plaats meteen na de vervelling van het vrouwtje. Het mannetje draagt
al enkele dagen voorheen het vrouwtje met zich mee. De eigenlijke paring is wanneer
ze beiden buik aan buik zitten. Na de paring nemen ze weer de positie aan die ze
voorheen hadden namelijk rug aan buikzijde, en draagt het mannetje het vrouwtje
nog enkele dagen met zich mee, tot haar schild weer hard is. Het vrouwtje draagt
de eitjes onder haar staart, tot dat deze uitkomen.
Afmetingenn
De maximale grote van het rugschild kan 90 mm worden.
Kleur
De kleur van het rugschild kan uiteenlopen van donkergroen, geelgroen tot grijsgroen,
met gelige vlekken. Jonge dieren zijn vaak groen of donker roodbruin met witte vlekken
waardoor ze minder opvallend zijn.
Habitat
Strandkrabben kunnen langere tijd buiten het water leven maar zitten meestal vanaf
de getijde zone tot 30 meter. Ze stellen weinig eisen aan de leefomgeving en aan
het eten en zijn overal aan te treffen. Ze eten alles, van aas, schelpdieren, garnalen,
stekelhuidige, wormen, visjes tot algen, ja zelfs kleinere soortgenoten. In het
najaar trekken de volwassen dieren zich terug in dieper water.
Verspreiding
Oorspronkelijk noordoostelijk van de Atlantische oceaan, maar nu nagenoeg
wereldwijd verspreid tot in Australië.