Algemeen
De gewone kokkel heeft twee stevige schelpen die beiden gelijk bol
zijn, bij de brakwaterkokkel is de schelp iets dunner, de vorm iets langwerpiger
en het bolste gedeelte ligt niet geheel in het midden. De brakwaterkokkel heeft
tot maximaal 28 radiale bolle ribben die op het achterste gedeelte minder schubjes
hebben dan de gewone kokkel en ook de groeven tussen de ribben zijn iets
smaller.
Afmeting
Tot 50 mm lang.
Kleur
De schelpen zijn beige - bruin van kleur met iets donkerdere groeiringen.
Habitat
Ingegraven in zand en slibbodems van rustig water.
Verspreiding
Niet met zekerheid bekend, maar is waargenomen in de Noord zee, rond de Britse eilanden en in de Middellandse zee.