Algemeen
Deze zeepok is waarschijnlijk begin veertiger jaren Europa binnen gekomen. De eerste waarneming van deze, uit Nieuw-Zeeland en Australië afkomstige zeepok, werd gedaan 1945 in Engeland. Aangenomen wordt dat levende exemplaren vastgehecht zaten op onderzijde van vrachtschepen en zo in Europa terecht kwamen.
Hij veroverde dit continent zeer snel doordat hij in staat is zich het hele jaar voort te planten. Deze zeepok kan niet enkel tegen turbulent en troebel water maar is ook bestand tegen zeer lage of juist hoge temperaturen.
Ze zijn herkenbaar doordat ze maar 4 zijplaten bezitten. Bij de jongere exemplaren zijn deze vrij glad terwijl bij de oudere deze bezet zijn met verticale ribben.

Afmetingen
Ze kunnen tot 10 mm in diameter worden.

Kleur
De kalkplaten zelf zijn bij de jongere exemplaren grijswit tot beige en bij de oudere is de kleur bruingrijs. De grijzige sluitplaten hebben bruinige toppen.

Habitat
Deze zeepok hecht zich vast op diverse harde ondergronden zoals mosselen, oesters en maar ook op levende krabben. Kan goed gedijen in sterke golfslag en lage zoutgehaltes.

Verspreiding
Oorspronkelijk in Australië en Nieuw Zeeland en nu waarschijnlijk wereld verspreid.