Algemeen
Het lijfje van deze slak is bijna doorschijnend met op zijn rug bosjes papillen die opvallend van kleur zijn. De punten van deze papillen zijn wit. Hij heeft lange slanke koptentakels die vanaf het ongeveer het midden niet meer doorschijnend zijn maar wit. Het slakje leeft van hydroïdpoliepen. De oude naam was Coryphella gracilis.

Afmeting
Tot ongeveer 20 mm lang.

Kleur
Transparant lichaam, papillen helderrood, bruin of groen met witte punten.

Habitat
Vanaf enkele meters diep tot 300 meter.

Verspreiding
Noord Atlantische oceaan, in Europa zuidelijk tot in Frankrijk.