Algemeen
Dit slakje leeft van kolonievormende zakpijpen. In Zeeland treffen we hem meestal op gesterde geleikorst aan. Hij heeft een bobbelig lijfje met aan de zijkant een soort lob die vanaf de rhinophoren tot achter de kieuwkrans door loopt. De rhinoforen hebben lamellen.

Afmeting
Maximale grootte rond de 40 mm.

Kleur
Vaak roodbruin maar kan ook veel lichter van kleur zijn tot zelf helemaal wit.

Habitat
Leeft van zakpijpen als gesterde geleikorst (Botryllus schlosseri) en ook Botrylloides. Kan overal voorkomen waar dit voedsel voorkomt.

Verspreiding
Noord oostelijke Atlantische oceaan en Middellandse zee.