Algemeen
Door zijn vorm en lichaamskleur is dit dier zeer moeilijk te vinden in zijn
voedsel dat bestaat uit diverse soorten mosdiertjes zoals Membranipora
membranacea en Bicellariella ciliata. De typisch gedraaide eisnoertjes vallen
vaak het eerste op , maar dan kan het toch nog lang duren voordat de slak
gevonden wordt, ondanks het feit dat hij niet ver weg is. De papillen zijn zeer
los ingeplant en laten snel los wanneer geprobeerd wordt het dier beet te
pakken.
Afmeting
Maximale lengte rond de 30 mm.
Kleur
Licht bruin tot grijs en semi-transparant.
Habitat
Vanaf de laagwaterlijn tot circa 40 meter diepte.
Verspreiding
Oostelijke Atlantische oceaan van Ierland tot en met Marokko en de westelijke Middellandse zee.