Algemeen
Deze slak voedt zich met anemonen en zit vaak onder het zand te knabbelen aan de voet van deze bloemdieren. Zijn rug is bedekt met veel in rijen geplaatste, vrij korte papillen. Slechts een driehoekig gedeelte, vanaf de rhinoforen tot ongeveer het midden van zijn lichaam, is niet bedekt. De papillen lopen bij de grote vlokslak door tot bijna aan de mondflappen. De mondflappen zijn net zolang als zijn gladde rhinoforen. Vaak heeft dit diertje witte vlekjes op zijn kop en rug. De eitjes worden gelegd in een kenmerkende spiraalvorm.

Afmeting
Ze kunnen tot 120 mm lang worden en rond de 25 mm breed.

Kleur
Meestal beige van kleur maar ook vaak paarsig bruin of grijs. De papillen en rhinoforen hebben lichte uiteindes.

Habitat
Vanaf het ondiepe tot 60 meter diepte voorkomend.

Verspreiding
In Oosterschelde en in de Grevelingen voorkomend.

Terug