Algemeen
Het gladde oppervlak van deze spons vertoont meestal vaak lange slappe slierten
die kris kras hieruit oprijzen. De jonge exemplaren vertonen deze slierten nog niet
en kunnen daardoor voor gewoon broodspons aangezien worden. De in en uitstroom openingen
zijn moeilijk te herkennen. Hij zit meestal op hard substraat zoals rotsen, schelpen
of tussen wieren. Buiten het water geeft hij een zachte carbidgeur.
Afmeting
Oppervlak 50 mm dik en tot 200 mm doorsnee met slierten van ongeveer tot 120 mm
Kleur
Van lichtgeel tot bruingeel.
Habitat
Vanaf enkelen meters tot op 60 meter diepte voorkomend, op hard substraat.
Verspreiding
Komt in de Oosterschelde algemeen voor maar is ook in de Grevelingen te vinden.