Algemeen
Een centrale schijf die ongeveer 5 mm groot is met daaraan vijf dunne armen die aan weerszijde bezet zijn met vrij korte stekels.
Het is een dier wat niet van licht houdt en zit dan ook meestal verscholen in
spleten of onder stenen. Voedsel bestaat uit dood organisch matriaal, kleine levende dieren en algen.
Het zijn slangsterren die levend nageslacht baren.
Afmeting
Rond 25 mm lange armen en een ± 5 mm platte centrale schijf.
Kleur
Grijsbruin van kleur, bij de aanhechting van de armen aan de centrale schijf kenmerkende kleine witte vlekjes.
Habitat
Tussen of onder stenen verscholen vanaf het ondiepe tot ± 250 meter diepte.
Verspreiding
In Nederland niet algemeen voorkomend.