Algemeen
De
eerste waarneming van de druipzakpijp in de Oosterschelde dateert uit het jaar
1991. Tegenwoordig is hij niet enkel in de Oosterschelde massaal aan te
treffen, maar ook in de Grevelingen. Deze kolonievormende
zakpijp doet uiterlijk denken aan een spons door de dicht bij elkaar liggende
instroom openingen van de vele zoïden. De kolonies delen gezamenlijke uitstroom
openingen. Zijn
Nederlandse naam dankt hij aan de groeivorm die soms op sterk hellende bodems,
een druipend
aanzien heeft.
Afmeting
Hij
kan tientallen vierkanten centimeters van oppervlak zijn, en diverse millimeters
dik.
Kleur
De kleur is meestal witgeel tot beige.
Habitat
Hij komt voor vanaf de wierzone tot in het diepe water.
Verspreiding
Zowel in de Grevelingen als in de Oosterschelde massaal aanwezig.